Van een schoolleider wordt een diversiteit aan competenties gevraagd. Hieronder vertaal ik mijn persoonlijke kernwaarden en visie op goed leiderschap naar functionele werkwijze en inrichting binnen de dagelijkse onderwijspraktijk.

De grond van je hart, is de meest vruchtbare bodem. Dit is waar ik sterk in geloof. Het betekent proactief leven met je principes als middelpunt. Je identiteit je keuzes laten bepalen en niet de sociale spiegel. Keuzes die groei tot resultaat hebben. Groei in de kennis en vaardigheden die energie brengen. Een congruente schoolleider stelt dit als doel voor zichzelf en gunt dit ieder ander. Dit krijgt vorm in de gesprekken en het vervolgens ruimte geven en ondersteunen van collegae.

Persoonlijke kernwaarden
Liefde voor leren                 Autonomie                 Zorgzaamheid (ook voor mezelf)

Goed leiderschap betekent voor mij kwaliteit leveren in zowel leiden, coachen als managen. Onderscheid maken tussen deze drie competenties maakt mij een zelfbewuste leider en helpt mij situationeel de goede keuzes te maken. Hoe ik de petten draag binnen de dagelijkse onderwijspraktijk beschrijf ik in mijn persoonlijke doelstellingen hieronder. Practise what you preach is mijn motto en komt voort uit mijn rotsvaste vertrouwen in het effect van goed voorbeeldgedrag zowel horizontaal als verticaal. Dit helpt mij onderstaande doelen te behalen.

1. Leiden -> sturen op visie (relaties staan centraal)
Denkt in mogelijkheden en schept kansen door initiatief te tonen
Richt zich op relaties en resultaten door de why van de organisatie centraal te stellen
Verzamelt kritische mensen om zich heen met kwaliteiten die haar aanvullen
Bouwt een netwerk waardoor innovaties beschikbaar worden voor onderwijs
Zoekt actief samenwerkingsmogelijkheden ter verbetering van ervaringsgericht leren
Stuurt op de betekenis van het onderwijs voor de regionale maatschappij
Is de oren en ogen voor de organisatie op strategisch niveau

2. Coachen -> sturen op ontwikkeling van potentieel (persoonlijke processen staan centraal)
Werkt van binnen naar buiten. Ziet de ander als de situatie en zichzelf als instrument
Toont voorbeeldgedrag door handelingsverlegenheid te erkennen en stelt zich kwetsbaar op
Luistert om te begrijpen en maakt het onzichtbare zichtbaar
Stimuleert professionalisering door te richten op het reflectieve vermogen
Ondersteunt leidinggevenden op tactisch niveau
Streeft naar congruente medewerkers (overeenstemming tussen denken, voelen en spreken)
Gaat uit van ieders goede intentie, streeft naar erkende ongelijkheid

3. Managen
-> sturen op resultaat (organiseren staat centraal)
Werkt resultaatgericht, start met het einde voor ogen
Bepaalt doelen en kaders in gezamenlijkheid of geeft geen speelruimte
Legt verantwoordelijkheden daar waar wederzijdse afhankelijkheid groot is en lijnen kort zijn
Inventariseert input om gedragen en duurzame besluiten te kunnen nemen
Draagt zorg voor een goed dialogenskelet en de juiste persoon op de juiste plaats
Borgt kwaliteit door het organiseren en evalueren van monitoring met stakeholders per team
Leerlingen leren niet van iemand die ze niet aardig vinden, waarom zou dat voor docenten of leidinggevenden anders zijn?

Binnen de dagelijkse ontmoetingen zet ik groei door middel van een integere dialoog centraal. Groeien is proberen, stappen zetten, of deze nu succesvol zijn of niet. We falen niet. We winnen óf we leren.